Als mijn telefoon ’s nachts gaat, ben ik eigenlijk direct wakker en paraat. Ik hoor de melder van het overlijden aan en maak me direct klaar om op pad te gaan, naar het opgegeven adres. Onderweg naar de overledene om de laatste verzorging te gaan doen.


Op zo’n moment besef je hoe intiem en liefdevol de laatste verzorging van een overledene kan zijn. Ik stond in de kamer van een oudere vrouw, haar dochter hield haar hand vast terwijl ik haar lichaam waste en kleedde. De stilte was warm, vol respect.

 

De dood maakt ons kwetsbaar. Niet alleen degene die overlijden, maar ook de achterblijvers. De eerste aanraking na het overlijden kan aarzelend zijn, soms beladen met angst. Mag ik haar gezicht nog strelen? Haar handen vasthouden? Maar al snel maakt die aarzeling plaats voor iets anders: zorgzaamheid, liefde, een diep respect.

 

 

Ik herinner me een zoon die zijn vader hielp scheren. Hij vertelde hoe ze dat vroeger samen deden, hoe zijn vader hem als kind had geleerd het mes precies goed te hanteren. Met vaste hand bracht hij het scheerschuim aan, streek het mes langs de kaaklijn. ‘Zo zou hij het gewild hebben,’ zei hij zacht. Het was een ritueel, een laatste gebaar van liefde.

 

De laatste verzorging is meer dan een praktische handeling. Het is een laatste omhelzing zonder woorden. Het is de moeder die haar dochter nog één keer instopt, de echtgenoot die de parfum van zijn vrouw op haar huid aanbrengt, de vriend die de plooien van een net overhemd gladstrijkt. Kleine daden, groot in betekenis.

 

Soms vragen mensen of ze erbij mogen zijn, en soms vragen ze of wij het in stilte doen. Beide keuzes zijn goed. Wat telt, is dat het met respect gebeurt. Dat de laatste indruk van hun dierbare een liefdevolle is.

Ik geloof dat afscheid nemen begint bij aanraken. Bij zorgen, verzachten, eer betonen. De dood mag ons van elkaar scheiden, maar in die laatste verzorging zijn we nog even samen. En dat moment, hoe klein ook, is van onschatbare waarde.