Deze week was het veertien jaar geleden dat ik mijn moeder verloor. Veertien jaar. Soms klinkt dat als een eeuwigheid. Op andere momenten voelt het alsof het gisteren was. Ik merk dat het verdriet soms onverwacht weer binnenkomt. Niet eens omdat ik bewust terugdenk aan haar overlijden, maar juist wanneer ik besef hoeveel tijd er sindsdien voorbij is gegaan.

 

Soms denk ik ineens: mam, je hebt zoveel gemist.

 

 

Mijn zoon werd in de week van haar overlijden 6. Mijn dochter was nog maar 3. Twee kleine kinderen die hun oma kwijtraakten, zonder echt te begrijpen dat het voor altijd was. Nu is mijn zoon bijna 20, is aan het afstuderen en wordt mijn dochter binnenkort 18. Als ik daaraan denk, voel ik misschien wel het grootste gemis.

 

Mijn moeder heeft hen niet zien opgroeien. Ze heeft geen puberstreken meegemaakt, geen verjaardagen, geen gesprekken met hen gehad over keuzes maken of volwassen worden. Ze heeft niet kunnen zien wie ze zijn geworden.

 

En juist dát doet soms pijn.

 

Als uitvaartondernemer weet ik als geen ander dat afscheid nemen niet betekent dat het gemis ophoudt. Een leven gaat verder. De wereld draait door. Je staat op, gaat naar je werk, viert verjaardagen, maakt plannen en lacht weer.

Maar iemand missen gaat niet weg. Het verandert.

 

In het begin voelt het gemis als een wond die bij iedere herinnering opnieuw opengaat. Later wordt het meer een zachte plek die je met je meedraagt. Soms merk je het nauwelijks. En soms, op een onverwacht moment, doet het ineens weer pijn.

Ik heb geleerd dat je niet over verdriet heen hoeft te komen. Je leert ermee leven.

Veertien jaar na het afscheid mis ik mijn moeder nog steeds. Misschien zal dat altijd zo blijven. En eerlijk gezegd hoop ik dat ook. Want zolang ik haar mis, is er iets van haar dat nog altijd met mij meereist. In mijn herinneringen. In mijn kinderen. In wie ik zelf geworden ben.

 

Het gemis is misschien wel de prijs die we betalen voor iemand die ons ooit zó dierbaar was.